give, take euro, 10 euro, euro note, money, seem, euro, offer, give, give, give, 10 euro, 10 euro, 10 euro, 10 euro, 10 euro, money, euro, euro, euro, offer

Over de traceerbaarheid van overheidsuitgaven

Het is een eenvoudige vraag met een complexe uitkomst: waar gaat jouw tientje heen? Op papier is het antwoord verrassend concreet. In de begrotingsstukken van het Rijk staat precies hoeveel geld naar elk hoofdstuk gaat. Maar in de praktijk stopt de duidelijkheid zodra dat geld de deur van het ministerie uitgaat. Deze beschouwing onderzoekt beide kanten: de rekenkundige precisie waarmee je een tientje kunt toewijzen, en de praktische beperkingen die voorkomen dat je tot op het laatste centje kunt volgen wat er met dat geld gebeurt

Waar je €10 op begrotingsniveau naartoe gaat

Op het niveau van de rijksbegroting kun je een tientje heel precies toewijzen. De Miljoenennota en de begrotingsstaten geven per hoofdstuk de geplande uitgaven; deel je die door het totaal en vermenigvuldig je met €10, dan krijg je een reproduceerbare verdeling. Een representatieve opsplitsing ziet er globaal zo uit:

  • Sociale zekerheid en arbeidsmarkt — ongeveer €2,49 van je €10.
  • Rente en nationale schuldbeheer — ongeveer €1,76.
  • Onderwijs cultuur en wetenschap — ongeveer €1,30.
  • Gemeentefonds en algemene uitkeringen — ongeveer €1,01.
  • Zorg en welzijn — een substantieel deel, vaak rond €1,40 afhankelijk van definities en overhevelingen.
  • Justitie en veiligheid — ongeveer €0,59.
  • Infrastructuur en milieu — ongeveer €0,32.
  • Defensie — ongeveer €0,29.
  • Economische zaken en klimaat — ongeveer €0,28.
  • Buitenlandse betrekkingen en ontwikkelingssamenwerking — ongeveer €0,24.

Deze getallen zijn gebaseerd op indicatief rekenwerk: hoofdstukbedrag gedeeld door het totaal van de rijksuitgaven, maal tien. Je kunt de uitkomst tot op tienden van centen berekenen en reproduceren met de officiële begrotingsdata. Dat is de goede kant van de zaak: op hoofdlijnen is je tientje traceerbaar en controleerbaar.

Waar de traceerbaarheid hapert

De helderheid houdt op zodra geld wordt doorgegeven, verdeeld of uitgevoerd. Drie knelpunten domineren:

  1. Aggregatie en herverdeling. Geld dat via het gemeentefonds, via uitvoeringsorganisaties of via brede subsidies wordt uitgekeerd, komt vaak samengevoegd aan. Gemeenten krijgen een lumpsum en beslissen lokaal over besteding. Subsidiepotten worden opengesteld en binnen die potten vinden honderden individuele toekenningen plaats. Op begrotingsniveau staat wél dat een bedrag naar het gemeentefonds gaat, maar niet altijd hoe veel daarvan naar sociale opvang, jeugdhulp of wegenonderhoud vloeit.
  2. Gebrek aan uniforme projectidentificatie. Er is geen landelijk, verplicht systeem van project‑ID’s dat begroting, contract, betaling en realisatie aan elkaar knoopt. Zonder die unieke sleutel kun je moeilijk volgen of een subsidie‑betaling daadwerkelijk is besteed aan het beoogde project of dat geld later is doorgeschoven.
  3. Tijdigheid en toegankelijkheid van realisatiedata. Jaarverslagen en slotwetten geven realisaties, maar vaak retrospectief en in aggregaten. Realtime of kwartaalgewijze realisatiecijfers per beleidsartikel zijn zeldzaam. Bovendien verschillen gemeenten en uitvoerders in datastandaarden en publicatieformaten, waardoor samenvoegen en analyseren arbeidsintensief wordt.

Welke publieke bronnen helpen wel

Er bestaan al nuttige, publieke bronnen waarmee je veel kunt reconstrueren:

  • Miljoenennota en begrotingsstaten geven de officiële verdeling per hoofdstuk.
  • Rijksfinanciën publicaties en open datasets bieden tabellen en soms API‑toegang tot begrotingscijfers.
  • Jaarverslagen en slotwetten tonen gerealiseerde uitgaven per hoofdstuk achteraf.
  • Gemeentelijke begrotingen en jaarrekeningen geven lokaal inzicht, maar in wisselende formats.
  • Open data initiatieven en watchdogs publiceren analyses en datasets die helpen verbanden te leggen.

Deze bronnen maken het mogelijk om op hoofdstukniveau en vaak op beleidsartikelniveau te reconstrueren waar geld naartoe ging. Maar ze zijn geen garantie voor volledige traceerbaarheid tot aan de eindontvanger.

Moeten we volledige traceerbaarheid willen

De vraag is niet alleen technisch maar ook politiek en ethisch. Volledige traceerbaarheid biedt duidelijke voordelen: betere verantwoording, snellere detectie van misbruik, en meer inzicht in effectiviteit. Maar het brengt ook kosten en risico’s met zich mee:

  • Administratieve lasten voor uitvoerders en gemeenten kunnen stijgen als elke betaling tot op projectniveau moet worden gelogd en gepubliceerd.
  • Privacy en commerciële belangen vragen om zorgvuldige afwegingen: sommige contractdetails mogen niet publiek zijn zonder risico voor personen of concurrentiepositie.
  • Politieke keuzes: openheid is een politieke beslissing; het vereist wetgeving, standaarden en handhaving. 

Toch wegen de baten zwaar. Transparantie versterkt vertrouwen en maakt beleid leerbaar. Als we willen dat burgers begrijpen wat hun belastinggeld oplevert, is meer openheid noodzakelijk.

Praktische stappen om €10 echt navolgbaar te maken

Een realistische routekaart bevat technische en bestuurlijke maatregelen:

  • Verplicht project‑ID. Elk project, subsidie en groot contract krijgt een uniek, landelijk project‑ID dat in begroting, contract en betalingsadministratie wordt gebruikt.
  • Open contractregister gekoppeld aan realisatieboekingen. Publicatie van contracten en gekoppelde betalingsstromen in machineleesbare vorm, met waar nodig afscherming van privacygevoelige details.
  • Realisatie‑dashboards per beleidsartikel. Kwartaalgewijze updates over bestedingen en voortgang, gekoppeld aan KPI’s en uitkomstmetingen.
  • Standaarden en API’s. Uniforme datastandaarden voor gemeenten en uitvoerders zodat datasets automatisch samen te voegen zijn.
  • Juridische en governancekaders. Wetgeving die openbaarheid verplicht stelt, gecombineerd met waarborgen voor privacy en concurrentie.

Deze stappen vragen investeringen, maar ze zijn technisch haalbaar en maatschappelijk verdedigbaar.

Je kunt vandaag al met redelijke nauwkeurigheid zeggen waar €10 aan rijksuitgaven naartoe gaat — op het niveau van ministeries en begrotingshoofdstukken is de rekensom helder en reproduceerbaar. Maar de echte vraag is niet of we kunnen rekenen, maar of we willen weten wat er gebeurt nadat het geld is uitgegeven. De huidige praktijk laat zien dat veel van de politieke en maatschappelijke waarde van transparantie verloren gaat in de overdracht van middelen: lumpsums, lokale herverdelingen en heterogene administraties maken het volgen van centen lastig.

Als samenleving staan we voor een keuze. Willen we dat elk tientje traceerbaar is van begroting tot resultaat, of volstaan we met inzicht op hoofdlijnen? De technische middelen bestaan; de politieke wil en de organisatorische standaardisatie ontbreken vaak nog. Voor wie rekenschap eist, is dat geen abstract debat: het gaat over vertrouwen, democratische controle en de vraag of belastinggeld daadwerkelijk doet wat het belooft. Een tientje is klein. De betekenis ervan is groot.

Laat een reactie achter

Scroll naar boven