wallet, cash, pocket, credit card, money, purse, leather, currency, male, man, belt, waistband, consumer, wealth, closeup, money, money, money, money, money

Wat levert Jan Modaal de Nederlandse Staat op?

In Nederland loopt de collectieve belastingdruk al snel op tot zo’n 38–39% van het bbp. Dat betekent dat van elke €100 aan economische productie ongeveer €38–€39 naar belastingen en premies gaat. Van een gemiddeld bruto inkomen gaat anno 2022 bijvoorbeeld rond de 38% direct naar de overheid. Met zo’n hoge druk is het niet gek dat een modaalverdiener in zijn werkzame leven al gauw ongeveer een miljoen euro bijdraagt. Maar hoe komt dat bedrag precies tot stand? We bekijken stap voor stap welke heffingen er meespelen en hoe een voorbeeldberekening eruitziet – en laten zien dat het verhaal genuanceerder is dan de koppen vaak doen vermoeden.


Wie is ‘Jan Modaal’?

Allereerst: wat verstaan we onder een modaal inkomen? Dat is het meest voorkomende bruto jaarinkomen in Nederland. De CPB/CBS-bron hanteert dat traditioneel als 79% van het gemiddelde inkomen. Inmiddels stijgt het modaal jaarloon behoorlijk door inflatie en indexaties. Voor 2024 werd het modaal inkomen berekend rond de €42.236 per jaar (inclusief vakantiegeld) en voor 2025 rond €46.500. In de praktijk liggen we ergens daartussen, dus voor een eenvoudige berekening nemen we €42.000 bruto per jaar als richtpunt. Dat is zoiets als €3.500 bruto per maand, wat netto – na loonheffing en premies – overblijft op pakweg €2.400–€2.600 (afhankelijk van heffingskortingen, gezinssituatie etc.). Maar het is op dit bruto-bedrag dat de overheid haar belastingen berekent.

Jan Modaal begint rond z’n 22e te werken, blijft 45 jaar actief en gaat vroeg of laat met pensioen. Dit geeft een totaal bruto loopbaaninkomen van ongeveer €42.000 × 45 = €1.890.000. Elk jaar draagt hij daar (en daarbovenop) een flink deel af aan de fiscus – overwegend via loonbelasting en sociale premies. Nederland kent een progressief tariefsysteem, waarbij een modaal inkomen overwegend in de middelste schijf valt (rond 37%) en voor hogere inkomens een tarief van 49,5% geldt. Door heffingskortingen, werkgeverspremies en andere verzachtende factoren ligt de effectieve belastingdruk op een modaal inkomen echter lager dan de marginale schaal. In de praktijk komt het erop neer dat Jan over een leven globaal zo’n 30–40% van zijn bruto inkomen afdraagt in inkomstenbelasting en werkgevers-/werknemerspremies. Het CBS meldt dat huishoudens in 2022 gemiddeld zo’n 38% van hun bruto-inkomen losten in belastingen en premies. Voor Jan Modaal is dat in dezelfde orde van grootte.

Concreet zit in de loonkosten van Jan Modaal minstens een derde voor de belastingbetaler, volgens de OECD zelfs rond de 35%. Dat cijfer, de tax wedge, omvat zowel loonbelasting als sociale lasten (voor zowel werknemer als werkgever). De OECD rapporteert dat de gemiddelde “tax wedge” voor een alleenstaande zonder kinderen in Nederland 35,1% is in 2024. In andere woorden: ruim één derde van je loonkosten gaat naar belasting en sociale premies. Hiervan bestaat 74% uit inkomensbelasting en werkgeversbijdragen, de rest uit zaken als werknemerspremies. Met andere woorden: van de belastingdruk op arbeid gaat het overgrote deel op aan directe lasten.

Aanvullend kunnen we nog wijzen op onderzoek van het CPB: dat toont dat midden- en hogere inkomens in Nederland in totaal zo’n 40% van hun bruto-inkomen afdragen aan belastingen en premies. (De allerrijksten betalen – in brede zin – relatief iets minder.) Voor Jan Modaal gaan we dus uit van zo’n 30–40% voor alle directe heffingen samen (loonbelasting plus sociale premies).


Hoe zit het met indirecte belastingen?

Maar daar blijft het niet bij. Een groot deel van wat we verdienen, geven we weer uit aan goederen en diensten. Over vrijwel alle consumptie gaat btw (21% tarief) of accijns (vooral op brandstof, alcohol, tabak, energie) heen. Die indirecte belastingen tellen voor iedereen ook flink mee. Stel dat Jan Modaal jaarlijks van zijn nettoloon ongeveer €25.000 uitgeeft aan belastbare aankopen (winkels, benzine, horeca, kleding, enzovoorts). Daarover zit al 21% btw: dat is ongeveer €4.300 per jaar. Over 45 jaar is dat meer dan €190.000 – en dan tellen we nog geen accijnzen mee op bijvoorbeeld benzine (ruim 50% van de benzineprijs).

Van een liter benzine van ~€1,80 is zo’n €1,25 accijns en energiebelasting, dus autorijden draagt ook honderden euro’s per jaar af. Alcohol- en tabaksaccijns kunnen gemakshalve nog eens een paar honderd per jaar kosten. Zelfs vaste lasten als gas en elektriciteit bevatten energiebelasting en btw. Al die consumptiebelastingen bij elkaar – plus waterschapslasten, motorrijtuigenbelasting voor de auto en andere heffingen – lopen ook in de tienduizenden euro’s over een leven. Reken er bijvoorbeeld op dat Jan Modaal grofweg €400.000–€600.000 extra betaalt aan btw en accijnzen in zijn leven, afhankelijk van leefstijl en gezin (denk aan aantal kinderen, type woning en auto).

Tot slot hebben we lokale heffingen: gemeentelijke belastingen voor afvalinzameling, riool, wegen, parkeervergunning, en de onroerendezaakbelasting (OZB) bij huizenbezit. Huiseigenaren betalen gemiddeld al snel €1.000 per jaar aan OZB, riool- en afvalstoffenheffing. Ook voor Jan Modaal kan dat (eventueel gedeeld met partner) oplopen tot tienduizenden euro’s over de jaren heen. Parkeertickets en tol heffen we buiten beschouwing, maar die tellen ook mee.

  • Inkomensbelasting + premies. Dit zijn de directe heffingen via loonstrook en aangifte. Voor modaal verdient betaalt Jan hier ongeveer 30–35% van zijn inkomen aan de staat.
  • Individuele consumptieheffingen (btw en accijnzen). Bij elke aankoop gaat btw naar de schatkist (21% voor de meeste producten). Ook energie, brandstof, alcohol en tabak dragen extra accijns bij. Een deel van Jan’s boodschappen en kosten gaat dus onzichtbaar naar de staat.
  • Lokale en gebruiksheffingen. Gemeentelijke belastingen (ozb, afval, riool, waterschap) en verplichte publieke kosten (bijvoorbeeld parkeervergunning) lopen al snel in de duizenden euro’s per huishouden per jaar.

Al deze categorieën samen vormen de totale belastingbijdrage van Jan Modaal.


Een illustratieve rekensom

Laten we een voorbeeld doorrekenen om het beeld concreter te maken. Stel dat Jan Modaal 45 jaar lang €42.000 bruto per jaar verdient. Dan is zijn bruto loopbaaninkomen ongeveer €1.890.000 (45×€42.000). Hiervan gaat, zoals gezegd, een flink deel direct naar de overheid. Als we uitgaan van ongeveer 30–35% aan inkomstenbelasting en premies (in lijn met de CBS- en OECD-cijfers), komt dat neer op grofweg €570.000–€660.000 in totaal. (CBS-cijfers wijzen uit dat gemiddeld 38% van het inkomen via belastingen en premies wordt afgedragen, maar niet alles daarvan is zuiver op de loonstrook.)

Daarnaast betaalt Jan indirect. Als hij jaarlijks €25.000 besteedt (netto) aan belastbare aankopen, is de btw daar ongeveer €5.000 per jaar. Over 45 jaar is dat zo’n €225.000 (zonder inflatie). Accijnzen op brandstof, alcohol, enzovoort: stel nog eens minimaal €1.000 per jaar gemiddeld, dus ~€45.000 over de loopbaan. Lokale belastingen bedragen bijvoorbeeld €1.000 per jaar bij woningbezit, dus ~€45.000 in totaal.

Als we deze bedragen optellen, krijgen we iets in deze orde:

  1. Bruto loopbaaninkomen: €42.000 × 45 = €1.890.000.
  2. Directe heffingen (belasting+premies): stel ~30–35% van €1.890.000 ≈ €570.000–€660.000.
  3. Indirecte belastingen (btw/accijns): bijvoorbeeld 21% btw op uitgaven (~€225.000) plus accijnzen benzine, alcohol, energie (~€45.000) = €270.000.
  4. Lokale heffingen: stel gemiddeld €1.000 per jaar = €45.000.
  5. Totaal (indicatief): ongeveer €885.000–€1.035.000 over een leven, dus grofweg €0,9–1,0 miljoen.

Deze eenvoudige optelsom komt verrassend goed overeen met schattingen uit externe berekeningen (die vaak “ruim een miljoen per huishouden” noemen). Let wel: dit is een indicatieve illustratie. In de praktijk varieert het bedrag sterk met gezinssituatie (single of partner, kinderen), woon- en vervoerskosten, pensioenbijdragen, en nog veel meer. Een gepensioneerde AOW’er zonder aanvullende uitkering betaalt bijvoorbeeld minder premies; een huishouden met twee modaalverdieners betaalt weliswaar per persoon meer loonbelasting, maar profiteert ook van gezamenlijke lastenverlichting.


Wat krijg je ervoor terug?

Het cijfer van ongeveer €1 miljoen klinkt spectaculair. Maar in de Nederlandse verzorgingsstaat is het niet alleen een persoonlijke bijdrage, maar vooral een collectieve investering. De massa aan belastinggeld financiert ons onderwijs, de gezondheidszorg, de wegen, de politie, de sociale zekerheid en talloze andere voorzieningen. Die publieke diensten zouden deels of geheel wegvallen zonder die bijdragen. Jan Modaal betaalt dus niet alleen voor zijn eigen voorzieningen, maar mede voor de school van zijn kinderen, ziekenhuizen en hoogfrequent treinnetwerk – ook als hij zelf nauwelijks gebruikmaakt van sommige diensten.

View of street signs with iconic Rotterdam architecture in the background, featuring Cube Houses and Pencil Building.
A tranquil empty classroom with wooden furniture and a green chalkboard, perfect for educational themes.

Daarbij geldt: hogere inkomens dragen relatief meer bij. Het CPB constateert dat voor midden- en hoge inkomens zo’n 40%-50% van het inkomen naar belasting gaat. Dat is veel, die groep heeft doorgaans ook minder recht op uitkeringen of toeslagen. Jongere gezinnen en lagere inkomens krijgen juist meer terug via kinderbijslag, huurtoeslag, zorgtoeslag en andere voorzieningen. Zo nivelleert het systeem enigszins de lasten: wie weinig verdient, betaalt nauwelijks belasting op arbeid door heffingskortingen, en krijgt vaak toeslagen. Dat verklaart deels waarom we per saldo niet zien dat “Jan Modaal de zwaarste lasten draagt” – hogere inkomens dragen nog iets meer bij, maar het sociale vangnet compenseert de zwakkeren.


Zichtbaar versus onzichtbaar betalen

Interessant is dat Jan Modaal niet altijd doorheeft hoe groot zijn bijdrage is. De looninhoudingen (belasting en premie) zijn zichtbaar op de salarisstrook: daar knip je elke maand een flink stuk af. Dat voelt pijnlijk. De btw en accijnzen daarentegen zijn verborgen in de prijs van alles wat je koopt. Gezinseconomieën zien wellicht jaarlijks een paar euro stijging op de boodschappenbon, maar dat leidt niet direct tot financiële stress. Toch is de vermomde btw na 45 jaar, zoals we zagen, opgeteld nog altijd groter dan wat bruto ingehouden wordt.

Dit fenomeen verklaart voor een deel de publieke perceptie: mensen klagen makkelijker over belastingen die direct worden afgehaald, maar vergeten de impliciete belastingen in hun maandelijkse uitgaven. Opgeteld steken Nederlanders in totaal veel meer geld in het collectieve laatje dan ze beseffen – iets wat soms pas duidelijk wordt bij grote herzieningen of toeslagen (denk aan de vertragingen in de btw-teruggaaf, of de toeslagenaffaire die de overheidstekorten liet zien).


Niet te zwart-wit redeneren

Mag men dit nu zien als “de staat die Jan Modaal uitkleedt”? Niet per se. Zoals gezegd financieren we daarmee collectief onderwijs, zorg en infrastructuur waar we allemaal gebruik van maken. Nederland scoort internationaal hoog op levensverwachting, onderwijsniveau en sociale zekerheid – deels dankzij de belastinginkomsten. Bovendien beleggen veel belastinggelden in de toekomst, via openbaar pensioen (AOW) of innovatievoordelen.

Tegelijk is er reden voor kritische kanttekeningen. Studies wijzen erop dat het Nederlandse belastingstelsel minder progressief is dan je zou denken: de allerhoogste inkomens betalen procentueel gezien iets minder dan het vermogen zou toelaten. Dus “de sterkste schouders dragen niet per se de allerzwaarste lasten”. Ook zit een deel van de inkomensongelijkheid in onbelast pensioenvermogen. De verdeelde lasten en baten zijn dus complex.

Voor Jan Modaal zelf is het goed te realiseren dat het belastingbedrag geen natte-vingerbalans is, maar afhankelijk van persoonlijke keuzes. Wie bijvoorbeeld kiest voor koopwoning in plaats van huur, betaalt aan OZB meer; wie het goed of slecht regelt met pensioenopbouw, verschilt in toekomstige belastingafdracht. Een buitenlandse baan of zelfstandige status verandert alles weer.

Over een leven telt Jan Modaal uiteindelijk een slordige miljoen euro bijeen voor de schatkist, zowel direct als indirect. Dat is een indrukwekkend bedrag, maar het zegt op zich nog niets over de rechtvaardigheid of waarde ervan – dát hangt af van wat je in ruil krijgt (en dat is veel). Het is een handige illustratie van hoe groot de overheidsschuld (in termen van diensten en faciliteiten) eigenlijk is.

Voor wie precies wil weten wat jij betaalt, is een persoonlijke doorrekening nuttig: bekijk je bruto jaarinkomen, mogelijke heffingskortingen, woonlasten, verbruik en gezinssamenstelling. Met zulke details kun je de indicatieve berekening verfijnen. In elk geval laat het zien dat “een miljoen in belastingen” op het eerste gezicht schrikken kan, maar uiteindelijk onderdeel is van het sociaal contract in Nederland. We betalen niet alleen voor ons eigen diner, maar voor het hele banket van de samenleving.

Laat een reactie achter

Scroll naar boven