Wat gebeurt er met de legitimiteit van de democratie als beleid structureel wordt aangepast aan emoties in plaats van aan feiten?
Dit is de vraag die boven alle politieke werken hangt. Ze raakt niet alleen aan beleid, maar aan de spelregels zelf. In een tijd van algoritmes, verontwaardiging en crisisretoriek voelt deze vraag urgent en existentiëel. Emotioneel-gedreven onderwerp zoals, klimaat, migratie en zorg, worden zelden door feiten gehinderd besproken.
Het vertrouwen in politiek en instituties staat overal onder druk. Een overheid die beleid afstemt op gevoelens, in plaats van op feiten en lange-termijnargumenten, zet die legitimiteit juist áán de kant. Dat is niet hypothetisch: recent onderzoek en metingen laten zien dat burgers steeds kritischer staan tegenover het bestuur. Zo noteerde het CBS dat eind 2022 slechts 25% van de Nederlanders nog vertrouwen had in de Tweede Kamer – het laagste niveau in tien jaar. Dit wijst op een wankele legitimiteit: mensen hebben geen houvast meer aan hun volksvertegenwoordigers. Zoals de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) samenvat: “Het vertrouwen in de politiek neemt af en burgers zijn kritisch”.
Bij zulke breekpunten kan een golf van emotie opkomen. De foto toont een demonstratie waarin gevoel en verontwaardiging een uiting vinden (bijvoorbeeld om een sociaal onrecht). Als beleidskeuzes voortaan vooral voortvloeien uit zulke emoties – populistische angsten, nostalgische beloften of woedende verontwaardiging – dan ontstaat er een patstelling met de feiten. Onderzoek wijst keer op keer uit dat desinformatie en emotioneel geladen propaganda direct ten koste gaan van vertrouwen. UvA-onderzoekers melden dat desinformatie tegenwoordig als “een grote bedreiging voor de democratie” wordt gezien, juist omdat het “het vertrouwen in publieke instellingen” ondermijnt. Radicaal-rechtse populisten maken daar handig gebruik van: door in te spelen op culturele onvrede en wantrouwen jegens élite-instituten, creëren ze een “voedingsbodem voor desinformatie” en een bredere crisis van vertrouwen.
Dit mechanisme werkt als een vicieuze cirkel. Juist wie wanhopig hunkert naar verandering, hoort van politici dat “de experts er niets van snappen” of dat “de gevestigde media liegen”. (Brexit-campagnes en anti-establishment retoriek maken dit treffend zichtbaar.) Het gevolg is dat burgers losgeraakt raken van feitelijke uitgangspunten en in plaats daarvan luisteren naar sterk emotionele narratieven. Het ROB-rapport illustreert dat als “alle feiten je vertellen dat je geen economische toekomst hebt”, mensen nog minder geneigd zijn om feiten te vertrouwen. Uiteindelijk kan iedereen zomaar zijn eigen ‘waarheid’ claimen, terwijl de feitelijke werkelijkheid gekneed wordt tot politiek instrument.
Het effect op de legitimiteit is ernstig. Beleidsprocessen worden niet langer gezien als redelijke en betrouwbare procedures, maar als een aaneenschakeling van willekeurige emotionele reacties. Onderzoek laat zien dat burgers op den duur cynisch worden als beloftes keer op keer niet worden ingelost – ze verzwakken hun steun en cynisch vertrouwen in democratische uitkomsten. In de woorden van het SCP: vertrouwen “komt te voet en gaat te paard”. Wil onze democratie blijven overeind staan, dan is het cruciaal dat volksvertegenwoordigers keuzes laten staan die puur op sentiment zijn gebaseerd, en in plaats daarvan heldere, feitelijke argumenten blijven gebruiken. Openheid, deskundigheid en consistente consequenties – in plaats van snelle emotie – zijn nodig om het gezag en de legitimiteit van beleid te herstellen.
Bronnen: onafhankelijke onderzoeken en cijfers (CBS, SCP, PBL/TNO, Raad voor het Openbaar Bestuur etc.) geven inzicht in de risico’s van een op emoties gestoelde politiek. Het beeld schetst een democratie die onder druk staat wanneer redelijkheid wordt ingeruild voor sentiment. In zo’n omgeving wordt het steeds moeilijker om draagvlak en legitimatie te behouden. Tegenwicht kan alleen komen van maatwerkbeleid gebaseerd op feiten én van een politiek die dat eerlijk uitlegt – zodat burgers merken dat de overheid haar taak serieus neemt en niet louter inspeelt op hartenkreten.



